Klassieke talen

                 

De klassieke talen Latijn en Grieks zijn de belangrijkste onderscheidende kenmerken van het gymnasium binnen het vwo.

Regelmatig voert men in de pers, tijdens ouderavonden en in klaslokalen discussies over het belang van de klassieke talen in het onderwijs anno 2010.

Zonder de pretentie te hebben op die vraag een uitputtend antwoord te geven, volgt hieronder een korte toelichting.

De Griekse en Latijnse taal zijn niet eenvoudig. Dat betekent dat jonge mensen zich werkelijk in moeten spannen, dat ze iets onder de knie moeten krijgen wat hen uitdaagt. Daarmee krijgen ze op een hoog niveau inzicht in het fenomeen taal en de structuur daarvan. Dat biedt niet alleen ondersteuning bij het leren van andere talen (gymnasiasten presteren aantoonbaar beter bij de moderne vreemde talen) en Nederlands), het vergroot de eigen taalvaardigheid, het vergroot het analytisch vermogen van leerlingen, het leert hun systematisch werken. Met andere woorden: een klassieke taal leren, behelst een cursus nadenken op hoog niveau.

De klassieke teksten vormen de bakermat van onze beschaving. Wie Homerus kent, kan zijn werk in andere literatuur en kunst herkennen. Belangrijker dan dat: wie Homerus leest, kan genieten van de schoonheid van zijn taal en verhaal.

Het herkennen van de waarde van de Klassieke Oudheid geldt uiteraard ook op veel andere gebieden. Een gymnasiast maakt kennis met de ideeenrijkdom van de oude filosofen, met de bakermat van o.a. onze democratie, architectuur en kunst.

Op gezette tijden vindt er een landelijke discussie plaats over de positie van de klassieke talen en van het gymnasium. Deze discussies zijn gevoerd bij de invoering van de mammoetwet (1968), bij de invoering van het ongedeeld vwo (1982), bij de fusiegolf (1992), bij de invoering van de Tweede Fase (1998) en bij de herziening van de Tweede Fase (2005).

Op dit moment is er weer een discussie. De aanleiding wordt ditmaal gevormd door de relatief slechte eindexamencijfers voor Latijn en in mindere mate Grieks en door een veldonderzoek van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO). De staatsecretaris van OCW heeft een verkenningscommissie ingesteld die een advies moet uitbrengen over de gesignaleerde problemen en met oplossingen voor de toekomst moet komen.

Het tussenrapport van de verkenningscommissie heeft veel stof doen opwaaien, in de gymnasiale wereld en, na enige tijd, ook in de landelijke media.

U treft op deze site enkele stukken aan die een rol spelen in de discussie:

Het tussenrapport van de verkenningscommissie

De reacties van enkele gymnasia:
het Barlaeus Gymnasium het Stedelijk Gymnasium Leeuwarden het Gymnasium Beekvliet

het standpunt van de SHZG in deze zaak

Een verslag van de forumdiscussie tussen de verkenningscommissie en vertegenwoordigers van de gymnasiale wereld van 21 januari 2010.

Klik hier voor het bericht van SHZG, VCN, BGV en LOZG aan de minister.