Columns

                 

 

Het hoepeltje van kansenongelijkheid

Eindelijk zien we het dan nu glashelder: het ene kind is het andere niet en het ene gezin is het andere niet. En zo vissen nu duizenden kinderen achter het net. Geen rustige werkplek, geen eigen computer, geen vader of moeder als thuisdocent, soms Nederlands zelfs niet als moedertaal. Het monster van de kansenongelijkheid toont zijn vele koppen dezer dagen. Het was er natuurlijk altijd al.
Het ene kind gaat na zijn diploma op wereldreis voor een steile leercurve. Het andere kan geen stageplek vinden in verband met zijn Marokkaanse achternaam. En dan is het de bedoeling dat het onderwijs deze sociaal-economische discrepantie en zelfs dit discrimerende gedrag corrigeert.
Het lijkt mij dat wij daar als maatschappij heel wat knoppen hebben om zelf aan te draaien, maar niettemin draagt het onderwijs een enorme verantwoordelijkheid. Ook voor de kansen die kinderen krijgen.

De vraag is: kans waarop? Traditiegetrouw zou je denken: op een diploma, een goede vervolgopleiding, een goede baan. Zelf zou ik denk: op een liefdevol en vervullend leven, wat niet per se hetzelfde is als bovenstaande.

Wie een definitie zoekt van kansengelijkheid, vindt deze: Het beginsel dat iedereen met dezelfde talenten evenveel kans zou moeten kunnen maken op ontwikkeling hiervan onafhankelijk van sexe, maatschappelijke status etc1.

Nu kijk ik toch een ander monster in de ogen: ‘met dezelfde talenten’? Laten we beginnen bij het begin.
Wat is dat eigenlijk: talent? Bekijken we dat vanuit de theorie van de kernkwaliteiten? Dus dat je zorgzaam bent, vriendelijk, rustig, loyaal, geduldig of enthousiast. Of met de theorie van Luk Dewulf2? Dan ben je misschien van nature 'de bezige bij’, die altijd actief is en energie krijgt van nuttige en zinvolle activiteiten. Of je bent een ‘groepsdier’, dat tot bloei komt door bij een club, groep of gemeenschap te horen. Of een combinatie van die twee.
De theorie maakt eigenlijk niet uit. Laten we zeggen: talenten zijn eigenschappen die je van nature hebt en die je kunt ontwikkelen.

Hoe verhoudt de ontwikkeling van dit talent zich tot wat wij in het onderwijs doen? Wij bieden kennis X en vaardigheden Y aan en willen dat jij die tot je gaat nemen. Bij voorkeur op onze manier. Een hoepeltje om doorheen te springen.
Misschien heb je het talent van de rustige, gehoorzame, kennisspons met een grote natuurlijke interesse voor talen, of voor het ontrafelen van complexe vraagstukken. Dat kan! Dan heb je mazzel. Misschien ben jij degene die van nature beweeglijk en actief is, die eigenzinnig is en creatief denkt, geinteresseerd is in psychologie en die – ook met een IQ van 120 - vooral graag dingen met zijn eigen handen maakt.
Dan hebben wij huiswerkklassen, examentrainingen, steunprogramma’s en hulptroepen.


Hou me ten goede: ik ben niet tegen opleidingen, niet tegen kennis en vaardigheden, ik ben een groot liefhebber van onderwijs. Maar als kansengelijkheid gaat over het ontwikkelen van je talent, dan denk ik dat wij nog eens met zijn allen naar dat hoepeltje moeten kijken.


1 www.encyclo.nl
2 Luk Dewulf: ‘Ik kies voor mijn talent’


           
                 
     
           
Akkoord
Wij gebruiken cookies om de ervaring op onze website te verbeteren, statistieken bij te houden en je toegang te geven tot onze social media.
Door gebruik te maken van deze website of door op akkoord te drukken, ga je akkoord met ons cookiebeleid. Je kan cookies ook niet accepteren.